5 MAART 1931 — OCHTENDBLAD BKimti-jeKUNST EN LEFTERENPABLO CA3ALB.I ' Cello-avond.Zoo min ais Casals op zijn eenzme hoogte .j,. nog in' schoonheid een climax kan geven,[„ het ook niet beproeft, zoo min kan het iner hymnischen Soon de nabetrachter in dey- ochtendherinnering.si«. Nogmaals heeft Pablo de Grooie zijnP medemenschen gisteren in het Gebouw ge-'*• zegend met zijn. ceilistische weldaden. En!** zoo gul was de meester der cetlo-meesters,dat bij ons pog drie extra's schonk, waar-*1 van mij allcen het middelste: Adagio uit|e* Bach’s orgeltoccata in a bekend was.at Met zulk een toon, met zulk een psyche,Jrt met zu'.ke gebenedijde gaven, zijn de steenenfen te ontroeren. Ik geloof toch wel, dat dede kern van het gehcim zit in de mystcrieuse*g toon-macht van dezen intiemen zanger der*d hoogste welluidcndheid. AIs met een veer.w raakt hi} col arco het wonder-instrumentaan, en de tooverbloemen van klankverrtik-king houden niet op naar ons toe te neigcn. nt Het is, of elke bloem in het hart van dezenat hoogcpriester der ceiiokunst wordt tot eenin ode aan de muzick. Wie dien toon, dezenel, goddelijken cello-bloei, zoo onmiddellijk inst zich laat indringen ec werken — elke me-y* chanische , tusschenweg doodt de zielekerner van — die beseft bij Casals, sterker dan f’ bij wie(n) ook, dat de muziek een Tochteraus Elysium, een reine Freude en schoner p Gotterfunken is. Het is in de eerste plaats,le die ver-immatcrialiseerde toon met dezensu bloei, deze geljjke zweving, met deze on-gereptheid zonder barstje of krasje, met dit n- -subliem bel canto en filare della voce, die er in dienst van een onverklaarbaar reine ensterke muzikaliteit, de hoogste trap van Ro-maansche schoonheid ons brengt.Zoo wordt Beethovens meest gespeelde derde ccllo-Sonate (in a dur), hoe bekend, en een „gcbeurtems.y Zoo wordt de eerste Suite van Baoh alss- een ziclsdiepe monoloog. Of ook, zou mensk kunncn zeggen, ais een rijke dialoog van eent* mediteerend Meester met de Ziei.Zoo worden de kleingoederen (Hur£-Air, Rimsky-Le Vol du bourdon, Jongen-Vaise, Albeniz-Malagucna, Cassado-le Dia-ble .vert. Boccherini-Adagio, Allegro, de ot extra’s), alle Aersnaperingen, zoo delicaat,t- zoo edel, zoo volmaakt virtuous en volmaaktM smaakvol toebereid, zulke klank- en voor-it-, drachtsverrukkingen, dat men den grootensn maestro oneindig dankbaar is, en die dank-ln baarheid in oneindig applaus lucht geeft.Hclaas was het Gebouw lang niet vol, maar het enthousiasme was overstelpend. e* Otto Schu'.hoff was een perfecte klavier-steun, in alle coloriet vooral zeer voortref-:tj fehjk, maar in Beethoven was er duidelijkat geesteliike afstand.rt A. d. W.jj DE STAD8SCHOUWBURG-KWESTIE.