Article clipped from Soerabaijasch Handelsblad

DE AHMADIJAH-BEWEGINO.I.In de laatste jaren wordt in Regeerings-stukken en dagbladen meer dan eens melding gemaakt van bovengenoemde, uit Voor-Indie in onzen Archipel gei'ntroduceerde beweging. Hoewel in deze landen tot dus-ver slechts weinigaanhangerstellende, kan het zijn nut hebben zich at te vragen, welke beteekenis deze met grooten geloofsijver in vele landen der aarde gepropageerde leer voor Nederlandsch-lndiC kan hebben.Vooral nu kort geleden te Poerwokerto de Ahmadijah-beweging Indonesia (afge-kort als A. B. I.) door een desident der Mohamad ijah-beweging, M. Ng. Djojosoegito, is opgericht, waarbij zich vele intellectuee-len hebben aangesloten, is er reden te meer die vraag te stellen.Om met eenige kans op juistheid hierop een antwoord te kunnen geven, is het noo-dig te trachten wezen en doel van gemelde godsdienstige beweging te peilen.Hiertoe is het allereerst van belang de oorzaken op te sporen, die het aanschijn gaven aan de Ahmadijah-leer en -beweging.In Maart 1889 is de beweging ontstaan.Stichter is Mirza Ghoelam Ahmad (1836-1908), geboortig uit Kadian (Voor-lndiC), een dorp, op korten afstand gelegen van Lahore (provincie Pandjab). Hij stamde uit een oude en aanzienlijke, maar niet meer riike familie, in oude tiiden uit Samarkand (Centraal Russisch-Azifi) overgekomen.Zijn vader onderscheidde zich door zijn trouw en steun aan het Britsche Gouver-nement tijdens de .Mutiny” van 1857, en dit verklaart wellicht deloyaliteit, dieMir-za Ghoelam Ahmad later zou betoonen te-genover dat Gouvernement.De jonge Ahmad genoot een zorgvutdige opvoeding, die hem kennis van Perzische, Aziatische en Mohammedaansche weten-schappen bijbracht. Hij was een terugge-trokken natuur en deed zich van jongsaan kennen als iemand van godsdienstigen aard. Met hartstocht wijdde hij zich aan de stu-die, vooral van den Islam.Wii tellen 1878; het jaar van het Ber-lijnscne Congres, dat de grondslagen heeft gelegd voor een vri] langdurige periode van vrede tusschen de Europeesche groot-machten.Deze gelukkige omstandigheid begun-stigde de koloniale expansie. Vooral in AziC maakten de groote mogendheden (En-geland, Frankrijtcen Rusland) groote vor-deringen.De Britsche politieke macht in Indie werd krachtig bevestigd en uitgebreid.Hopelooze verdeeldheid, zoowel op po-litiek als godsdienstig gebied (sectevorming) werkte dit proces sterk in de hand enwas ook de oorzaak van het succes, dat de Christelijke Zending, ten koste van dein-heemsche godsdiensten, wist te behalen.Voor-Indie was toenterjijd het tooneel van groote verwording op politiek, maat-schappelijk, godsdienstig en zedelijk gebied en een oppervlakkige beschouwer zou met een zekeren schijn van recht hebben kunnen beweren, dat de oude Indische cultuur-vormen gedoemd waren binnen niet al te langen tijd te worden verdrongen of ge-assimileerd door de Westersche.Reeds gedurende het bewind van den Gouvemeur-Generaal Lord Bentinck (1835), was het Britsche Gouvernement onder den onweerstaanbaren invlocd van den beken-den Lord Macaulay (lid in den raad van Calcutta), begonnen metde verwestersching van het hooger en middelbaar onderwijs; hierin krachtig bijgestaan door de missio-narissen, met dr. Alexander Duff aan het hoofd, die hun invloed onder de bevolking deden gelden, daar ook zij de overtuiging hadden, dat het leeren van de Engelsche taal het eenige noodige was voor de kerste-ning der inboorlingen..De Engelsche voormannen van dien tijd waren dan ook overtuigd van het onfeil-bare en heilbrengende karakter van eigen cultuur, geschiedepis en denken. Zij ver-wachtten alles van een snelle verspreiding van .nuttige kennis als panache tegen bijgeloof, onwetendheid en armoede en van de vorming van een Engelsch georien-teerde groep van IndiCrs, aan wie verant-woordelijke betrekkingen in bestuur en staat zouden kunnen worden opgedragen. Ja, het optimisme ging nog verderenver-wachtte van deze geestelijke invasie van het Engelsch, dat de emancipate van Indie een feit zou worden en .voordeelige onderdanen in nog .voordeeliger bond-genooten” zouden worden omgezet. Men was het er over eens, dat Westersche opvoeding alleen aan de .2000 jaren van geestelijken stilstand” een einde kon ma-ken en dat .voordeelige en eervolle betrekkingen” de superioriteit van de En-gelschen zouden voelbaar maken.')In den loop der jaren breidde het aan-tal scholen zich zoodanig uit, dat het be-stuurstoezicht op die seaert 1854 voor het grootste deel met subsidie werkende in-richtingen, hoe langer hoe meer verslapte.Het onderwijs geraakte daardoor groo-tendeels onder invloed van inlandsche onderwiizers, die over het algemeen voor hun taak niet waren berekend. Hierdoor kon noch eigen, noch vreemde cultuur aan het onderwijs een goede basis geven. In dezen toestand kwam geen verbetering (in-tegendeel trad er een verergering in) toen de in 1883 ingestelde .Education commission” der Regeering adviseerde, het staats-toezicht op het onderwijs nos meer te verminderen.Het onderwijs moest zooveel mogelijk aan het particuliere initiate! worden over-gelaten. bit .laisser faire, laisser passer”-systeem vierde in deze door de liberate theorie beheerschte periode dermate hoog-tijd, dat allengs de Engelsche invloed ge-heel teloor ging en de scholen meer en meer het middetpunt werden van politiek beoefenende onderwijzers en jongelieden.Na de opening van het Suez-kanaat, waardoor Indie toegankelijker werd voor de Westersche democratische ideeCn en vooral na den voor japan zoo gunstigen afloop van den Russisch-Japanschen oor-log, nam de ontevredenheia over het Britsche bestuur zeer toe.Ten rechte werd hieraan verweten, dat het de door Koningin Victoria, in haarna de onderdrukking der .meeting” uitge-vaardigde proclamatie gedane toezeggin-gen betreffende de bevordering van de inlandsche nijverheid en het geven van een aandeel in net bestuur aan Inlanders, niet nakwam. De brandpunten van deze onte-vredenheid waren de vrijwel ongecontro-leerde hoogere en middelbare scholen.In 1885, direct na het vertrek van den liberalen G. G. Lord Rippon, die vooral op politiek gebied zooveel mogelijk aan de grieve n was tegemoet gekomen, had de eerste zittingvan het z.g. .Nationale Congres- plaats. Door deze gebeurtenis werd een nieuwe aera ingeluid, die van het „nieuwe Indie* waarin aan de nationale verlangens en eischen, dikwijls op onmatige en onredelijke wijze uiting zal worden gegeven.In dezen tijd nu leefde Mirza Gelamho Ahmad.Deze begaafde en vurige geest merkte de verscheurdheid in eigen land en om-geving op, zoomede de vervlakking en ver-dringing van de inheemsche cultuur.Waar hij in de eerste plaats een zeer re-ligieuze natuur bezat, moest het hem voor-namelijk pijnlijk treffen, dat zijn beminde godsdienst, de Islam, hoe langer hoe meer, niet alleen door detalrijke Hindoeistische secten en de steeds meer en meer veld winnende zending, maar ook door den geest van het uit Europa overgewaaide materialisme en athei'sme, in het nauw werd gedreven.Zonder twijfel moet hij het Christendom hebben leeren kennen en de meerwaardig-heid van dit geloof in verschillende opzich-ten boven het leerstellige Mohammedanis-me hebben besett. Ook de zeden- en maat-schappij-leer uit het Westen hebben gees-telijk vormend op hem ingewerkt.In hoeverdit proces bewust heeft plaats gehad, is natuurlijk moeilijk te zeggen, maar een bestudeering van zijn geschrif-ten, doet m.i. duidelijk uitkomen, dat Westersche geestelijke invloeden niet spoor-loos aan hem zijn voorbijgaan, integendeel, een niet onbelangrijke rol bij het vormen van zijn eigen inzichten hebben gespeeld.Bij zijn streven om de superioriteit van den Islam boven alle andere godsdiensten aan te toonen, en hare verspreiding vooral onder de meer ontwikkeiden te bevorderen, stond hij nu voor groote moeilijkheden.Hij begreep (bewust of onbewust, laat ik in het midden) dat daartoe noodig was aan verschillende leerstellingen een andere dan de in de4 Mohammedaansche rechts-scholen of .madhabs”, gangbare uitlegging te geven.Edoch ... het teerstelsel van den Islam, dat op grond van Koran en traditie (hadith) door beredeneering is ontstaan en voor alles en nog wat vaste regels geeft, wordt geacht een met volstrekt gezag bindende verklaring te geven van de bronnen, waar-uit het is voortgekomen.Die verklaring ontleent haar sanctie aan de .idjman” (de onfeilbare algemeene over-eenstemming van gevoelens der belijders). Een overlevering zegt, dat Mohammed be-weerd zou hebben: „nooit zal mijn gemeente in een dwaling eenstemmig zijn”.Volgens deze zienswijze was dus de een-stemmigheid of concessus der gemeente, het kenmerk van het ware geloof.Neemt men dit aan, dat is hervorming van het ongeveer 3 eeuwen na den dood van Mohammed geconsolideerde stelsel van den Islam priori uitgesloten. *Geen Moslim is bevoegd thans Koran of traditie op eigen gezag te verklaren, zorn der zich in ernstige mate aan ketterij schul-dig te maken.Uit deze impasse tracht de stichter der Ahmadijah-beweging zich te redden door met negatie van het dogma van de concessus der gemeente (zie boven) te beweren, dat het geldende leerstelsel van den Islam, z.a. het met betrekkelijk geringe afwijkingen verkondigd wordt door de 4 rechtsscholen, een verbastering is van het ware oorspron-kelijke geloof, neergelegd in den Koran.Als een tweede Lather gHjpt hij dus terug naar het „openbaringsboex , om daaruit de ware leer te distilleeren.Luistert naar wat hij zegt:.De bron van Goddeliik kennen in den Koran Is niet uitgepuL De Koran is een complete code, en een onuitputtelijke bron van wijsheid en waarheid voor de moreeie en geestelijke nooden van alle tijden.Er zijn daarin nog vele verborgen schatten, aangezien het is het volmaakte woord Gods.In iedere eeuw worden die waarheden in den Koran ontdekt, die de menschhcid van dien tijd noodig heeft,*om de onwaarheid en twijfel te bestrijden en de politieke en sociale nooden te eenigen.Alle waarheden van andere godsdiensten worden in den Koran gevonden.Ahmadijah Is de eenige beweging, die den waren Islam leert, z.a. deze 1300 jaar geleden werd verkondigd. Zij reikt terug tot den tijd van Mohammad”.*)Deze, een Theosofisch karakter dragen-de voorstelling van zaken, komt eigenlijk neer op de aanneming van een esoterisme en exoterisme in den Islam.Het exoterisme is, de wisselende leer van elke eeuw, geschikt voor de behoefte van die periode; het esoterisme, de .onuitputtelijke bron van wijsheid en waarheid”, waaruit na ieder tijdperk van IQo jaar .verborgen schatten” worden opge-dolven, welke noodig zijn voor de men-schen van de nieuwe eeuw.Hare houding tegenover de moderne wetenschappen van het Westen blijkt uit de volgende aanhalingen uit het boven reeds geciteerde werk Ahmadijah or the true Islam.wDe Ahmadis zijn verlicht door de nieuwe wetenschap van het Westen en hun geest is doordrongen met de nieuwe gedachte van deze eeuw, maar hun harten zijn vol Goddelijke liefde en hun hoofden buigen zij voor hun Heer.Ze zijn niet gekant tegen de moderne wetenschappen, integendeel, ze zijn voor-standers van hare verbreiding.Zij vatten de wetenschap niet op als strijaig met de religie, maar als daarmede in overeenstemming en haar dienende.”In het kort: zij behouden hun zelfstandig-heid in alle zaken, d.w.z. ze geloovenniet blindelings in de gezegden van hunne voor-ouders, noch nemen zij iedere nieuwe gedachte als waar aan, maar toetsen alles aan het criterium van kennis en rede. Zoo hebben, in weerwil van het bekende gezeg-de van Rudyard Kipling, Oost (Godsdienst) en West (wetenschap) elkaar gevonden in de „Ahmadijahleer”.Deze ideeCn zijn buitengewoon interes-sant, omdat daardoor feitelijk de Islam, z.a. die verkondigd wordt door Ahmadijah, zich in principe ontworsteld heeft aan het starre dogmatisme, welke haar, ook naar de meening van prof. Snouck Hurgronje, ongeschikt maakte als middel tot geestelijke en maatschappelijke ontwikkeling van de volken, welke naar beleden (zie Nederland en de Islam van dien geleerde).Hazrat Mirza Ghoelam Ahmad noemde zich den .hernieuwer van den godsdienst” van de 14de eeuw der Hidjrah, en zulks in verband met het Mohammedaansche ge-loofd, dat Allah in het begin van elke eeuw een .hernieuwer van den godsdienst” doet opstaan, om de afgedwaalde en geeste-lijk verdorven wereld weer op het rechte pad terug te leiden.Tevens profeteerde hij, dat, hoewel hij slechts geestelijke bevrijding bracht, een zijner zoons de volkeren en klassen, welke onder dwingelandij van andere naties ge-bukt gingen, zou bevrijden.Dit politiek maatschappelijke doet is tot dusver niet nagejaagd geworden door de opvolgende Khalifa’s der Ahmadijah-beweging (onder wie een der zoons van den stichter).Het tegendeel is waar; Immers, meer-genoemde beweging heeft zich tot dusver uist gekenmerkt door een volstrekte ont-houding op politiek gebied.Om die reden moet m. I. aan hooger bedoelde uitspraak van Ahmad geen groote beteekenis worden gehecht.Aanvankelijk oogstten de nieuwe leer-stellingen grooten bijval, zelfs des stich-ter’s aanspraak op den eeretitel van her-nieuwer van het geloof, vond aanvaarding, doch dit veranderde geheel, toen hij in 1890 proclameerde de voorzegde Messias en Mahdi te zijn.Als Messias zou hij van God den titel van profeet (nabi) hebben ontvangen. Hij maakte er aanspraak op niet alleen de Messias voor de Christenen en de Mahdi voor de Mohammedanen te zijn, maar ook de nieuwe avatar van Krishna voor de Hindoes en de Mesio Darbahmi voor de Zoroastrianen te belichamen. In het kort: hij zou debeloofde profeet zijn voor ieder volk en was door God gezonden, om de geheele menschheid onder de banier van den godsdienst te verzamelen.Deze aanspraak op het profeetschap strijdt volgens de rechtzinnige Mohammedanen met de leer, dat Mohammad het .zegel der profeten is”, na wien geen pro-feet meer zal opstaan.Hoewel Ahmad zich verdedigde door on-derscheid te maken tusschen twee soorten profeten, namelijk de wettendragers (tot wie hij b.v. Mozes rekende en waarvan Mohammad inderdaad de laatste was) en wettenbevestigers of -herstellers (hiertoe be-hoorden, behalve hij. ook b.v. Jezus, Aaron en Jozua), die aan het begin van elke eeuw opstaan, om aan de afgedwaalde menschheid de oude leer opnieuw te verkondigen, had hij hiermede geen succes.De orthodoxe Islamieten hebben hem dan ook tot aan zijn dood in 1908 toe, heftig bestreden, maar konden niet ver-hinderen, dat de Abmadijah-richting uit-—roeid is tot een machtige beweging.inder leiding van zijn opvolgens Hazrat Maulvi Noer ad-din (f 1914) en zijn zoon, den tegen woord :gen khalifa Mirza Basjir addin Mahmoed Ahmad, heeft de beweging zich over de geheele wereld, ook in Europa, Australia en Amerika, verspreid en telt thans ruim Vi millioen aanhangers uit alle rangen en klassen der maatschappij.In niet-Mohammedaansche landen heeft zij den meesten opgang gemaakt in Amerika en Engeland. In eerst-genoemd land is Chicago een centrum. Hier, zoowel als in Engeland (Z. W. Londen) en Duitsch-land, treft men moskeeCn aan.De leer wordt in verschillende perio-dieken gepropageerd en verdedigd.Het best geredigeerde tijdschrift op dit gebied is de Review of Religions, dat maandelijks te Londen wordt uitgegeven.In Britsch-Indie (Kadian) verschijnt, behalve het tweewekelijksche periodiek Sunrise, (centraal orgaan der beweging) nog de z. g. Oerdoe-krant, de Alfazar, geschre-ven in de Oerdoe-taal, (het .lingua franca” van dat werelddeel) een populair blad, dat een groote oplaag heeft.Ook in andere landen (b. v. Amerika) zijn verschillende periodieken aan de Ahmadijah-beweging gewijd.') Aangehaald uit .The education of India,” *) Zie ,.Ahmadijah or the true Islam” van van Arthur Mayhew. h azrat Mirza Basjir ad-din Mahmoed Ahmad.
Newspaper Details

Soerabaijasch Handelsblad

Surabaya, Jawa Timur, ID

Tue, Mar 05, 1929

Page 18

Full Page
Clipped by
Profile Icon
Anonymous

USA 09 Sep 2023

Other Publications Near Surabaya, Jawa Timur

De Oostpost

Soerabaijasch Handelsblad