l)e Arabisehe overhecrscher — indien wij hem zoo noe-men niogcn — gbig 1^20 van Atjin naar Calcutta , wnar liij er in slaagde, de toekemiing van een pension* van 500 dollars *s maands te ontvangen , dat liij tot zij non dood , die vele jaren later plaats vond, te Pinang genoot.Shuls dit tijdstip verviel de Atjineache monarchic tot eerie bloote schaduw van hare vorige magt. l)e hoofdcn der verschillende distriktcn zijn met der daad onafliankelijk, cn erkcnnen te naauwcrnood in naam de souvereiniteit des konings. Met dezen achteruitgang in magt, schijnt ook het karakter der Atjinezen ontaard te zijn, en komen zij ons voor nu veel onbeschaafder te zijn dan in vroc-gere tijden. In de ]6de en 17dc eeuwen hidden zij langdurige worstelingen vol met de Portugezen op Malakka, verijdelden de pogingen dezer vcroveraars om Atjin te nemen en rnstten zeetogten nit, die soms meer dan 50,000 man telden. Koningin Elizabeth droeg in 1602 Sir James Lancaster cene bijzondere zending near Atjin op , en hot verslag van zijn ontvangst en onthaal bcwijst, dat de toenraalige edellieden van Atjin veel besehaafder waren dan die van dezen tijd. In 1784 beschreef kapt.