DE CAKE-WALK.Miquei Zamaiois, de geestige canseur Tan de parijsche Gaulois, neemt nit de steeds toenemende manie voor bovengenoemden doilen negerdans onder het dansende publiek aanleiding om te raediteeren over den invtoed we Ike die dans nitoefenen kan in bet leven derhoogere kringen. Hij geeft daarvan de volgende, seer eigenaar-digeschildering.Wy bevinden ons in een hoekje van een salon, waar een seer gedistingeerd gezelschap by een is. Een jonk-tnan en een jonge dame rusten even van het dan sen uit en praten.Hij. — Ik baad in trnspiratie... *Zij.— Ik ben geheel buiten adem...Hij (onrustig en kachend).— In mijn gansche leven, mejuffrouw, heb ik nooit xoo verrukkelijk de cake-walkgedanst...Zij (schnchter en nauwlijks in staat om op adem te komenj,— Ik herinner wij niet de cake-walk ooit xoo heerlijk gedanst te hebben.Hij (sich het gezicht afwisschend). — 0, wanneer ik het wagen mocht, mejuffrouw, a * te bekennen...Zij (zich bijkans waanxinnig lucht toewaaiend) — No, waag het maar.Hij, — Ik bemin n.Zij. — U bemint mij.... Maar, mynheer, n kent mepas tien in in o ten,Hij (hartstocbtelijk). — Tien minnten cake-walk, staat dat niet gelijk met tien jaar voortdurend verkeer? In die tien minuten heb ik aw ongetneene volharding, de kracht van aw longen, de ienigheid van aw kniegewrich* ten, de aapachtige bevalligheid van de bewegingen uwer armen, de verdraaiing van ow schouders bebooriijk kun-nen waardeeren. Wat zeg ikl Ik heb mij rekenschap kunnen geven van de lengte van uw baar dat bij de tweede figuur xoo prachtig ios is gegaan... Neen, waardste mejuffrouw, nooit vind ik xutk een danseres terug... O, weiger mij de hand niet, die bij deze wonderbare voeten behoort. (Vast besloten en op tragischen toon): Acb, weiger my aw band niet, of ik xweer a dat ik morgen cake-walkend in de Seine spring.Zii, — Snreek dan met miin vader.